Onderzoek juni 2005 op Wolfert VI van Borsele

Door de eeuwen heen zijn de originele beelden regelmatig gerestaureerd. Deze ingrepen en ernstige verwering hebben de beelden niet onberoerd gelaten. Reden waarom thans een grondige conservatie nodig is omde beelden te kunnen behouden. In 2005 is één van de beelden, het beeld vanWolfert VI, door vijf studenten van de opleiding Conservatie/Restauratie aan de Hogeschool van Antwerpen in situ onderzocht onder leiding van docente Carolien van der Star. Dit onderzoek, in opdracht van de Rijksgebouwendienst, heeft uitgewezen dat de kans bestaat dat de unieke beelden van Veere voorgoed verloren dreigen te gaan als nu niet wordt ingegrepen.

Allereerst is gekeken naar de steensoort en de volumes van de toegepaste steenblokken. De gebruikte steen is vermoedelijk een steen uit Avesnes. Al in de zestiende eeuw bestond de wetenschap dat dit materiaal onder invloed van slechtweer, vorst en vochtigheid breekt en zeker niet tegen zeelucht bestand is.
Zichtbaar is dat het oppervlak van de gebeeldhouwde steen uit een harde schil van een paar millimeter bestaat, waarachter zich een aantal verzwakte, sterk verzande zones bevindt. Hierdoor is de steen zeer fragiel geworden; het gebeeldhouwde oppervlak kanmakkelijk verkruimelen en is al voor een deel weg.

Uit materiaaltechnisch onderzoek blijkt dat verschillende gebroken en afgebroken delen van de natuursteen zijn gelijmd met gips.Met hetzelfde materiaal zijn ook ontbrekende delen aangevuld, zoals plooivallen en andere fragmenten. De verschillende ijzeren doken diemen daarbij heeft gebruikt, zijn nu sterk gecorrodeerd, met als gevolg dat het gips is gebarsten en afgebrokkeld.

Fragmenten uit het onderzoeksrapport

Het verslag

Het verslag van het ene onderzochte beeld is verwerkt in een lijvig onderzoeksrapport, waarin ook een (kunst)historisch onderzoeksverslag is opgenomen.

Volgens kunsthistoricus dr. H.Tummers, lid van de commissie die het onderzoek heeft begeleid, is de iconografie van de serie uitzonderlijk. Meestal gaat het om leden van de landsregering, om heiligen en bijbelse personages, om antieke en vroegmiddeleeuwse helden en later omallegorische figuren. In Veere gaat het om plaatselijke heersers.

Tummers acht het belang van de beelden boven elke twijfel verheven. De toestand is zodanig dat een conserverende dan wel restauratieve ingreep zonder meer noodzakelijk is. Tummers: ‘De gemeenschap heeft er recht op dat de uitzonderlijke oude stadhuisbeelden van Veere met de grootste zorg worden behandeld en voor de toekomst veilig gesteld.’

Ook prof. dr. F. Grijzenhout, hoogleraar Cultureel erfgoed, restauratie, conservering aan de Universiteit van Amsterdam is die mening toegedaan: ‘De Veerse gravenbeelden vormen een bijzonder en in sommige opzichten uniek ensemble datm.i. als cultureel erfgoed van nationaal belang kan worden bestempeld.

Er zijn in Nederland betrekkelijk weinig herinneringen bewaard gebleven aan de landsheerlijke tijd, zeker in de overheidssfeer. Laat-gotische decoraties van stadhuizen zijn zelden bewaard gebleven, laat staan zo compleet en op een zo monumentale schaal als in Veere het geval is’.

Download het volledige rapport als PDF document
Deel 1 - 50 blz (2,28 MB)
Deel 2 - 57 blz (2,39 MB)

Onderzoek

Verder onderzoek is nodig om te achterhalen waar ander beeldhouwwerk van Michiel Ywijnsz bewaard is gebleven dat als vergelijkingsmateriaal zou kunnen dienen bij de restauratie van de Veerse beelden. De bestudering van de stadhuisbeelden en ander werk van deze beeldhouwer kan mogelijk een nieuw hoofdstuk toevoegen aan de geschiedenis van de laatmiddeleeuwse en vroegmoderne stadhuizen en de beeldhouwkunst van ca. 1500 in de Lage Landen.